Els De Temmerman
Eens was ze een schuchtere nonnenleerling, nu de hoofdredactrice van een van Afrika’s grootste kranten. Els De Temmerman (47) heeft veel te danken aan haar studententijd, toen de wereld voor haar openging. Met een van haar studiegenoten gaat ze nu zelfs een nieuwe krant starten, ‘de beste van Afrika’. Els De Temmerman werkt op weekdagen vijftien uur, in het weekend ‘slechts’ zeven. Het is dan ook een half wonder dat ze tijd vindt voor een e-mailinterview vanuit Oeganda. Daar leidt ze The New Vision, ‘s lands belangrijkste krant. “Ik had nooit gedacht dat ik aan het hoofd zou komen van de grootste krant van een Afrikaans land, plus vijf radiostations en één televisiestation (die ook deel uitmaken van het bedrijf ‘The New Vision Printing & Publishing Company Limited’ - red.). Had iemand het mij aan de KULAK voorspeld, ik had gezegd dat hij droomde.” In 1980 begint ze haar kandidaturen Germaanse in Kortrijk. “Dat het dichter bij huis (Oudenaarde – red.) was, is niet de enige reden. De KULAK begeleidt je beter. Totaal aan je lot overgelaten worden als achttienjarige kan nefast zijn. Ik weet niet of ik op die leeftijd mijn universitair diploma had gehaald in Leuven of Gent. De verleiding om je in allerlei buitenschoolse activiteiten te storten is te groot. Hilde Devreeuw, destijds mijn boezemvriendin, koos ook voor Germaanse. We wisten dat als we in dezelfde stad en aan dezelfde faculteit zouden zitten er van studeren niet veel zou terechtkomen. Zij ging naar Gent, ik naar Kortrijk.” Daar vindt ze onderdak in ‘de maagdenburcht’, een peda die jonge meisjes moest beschermen tegen opdringerige aanbidders. “Maar in onze vleugel was er een venster waardoor jongens ’s nachts binnenslopen. Ginette, de peda-verantwoordelijke, was als een moeder voor ons. Tijdens de examens zaten we eens allemaal te huilen aan de keukentafel; we geloofden dat we er niets van zouden bakken. Ik klaagde het luidst maar haalde later als enige eerste zit. Niet goed voor mijn populariteit...” Van punk tot Taiwan Dat De Temmerman ondertussen bijna twintig jaar in Afrika woont en werkt, schrijft ze deels toe aan haar studententijd. “Ik zou niet geworden zijn wat ik ben als ik niet in Leuven had geleefd. Ik liet mijn schuchtere, angstige jeugd achter me en brak uit de muren van ‘het kloosterke’, mijn middelbare nonnenschool en absorbeerde als een spons wat de wereld te bieden had. Met mijn kotgenoten bekeek en besprak ik elke avond het nieuws over de Koude Oorlog, Mao, de apartheid, ... maar de verhalen van mijn Afrikaanse vrienden boeiden me het meest.” “Via een blanke Zuid-Afrikaan die tegen de apartheid ijverde, schaarde ik me achter de boycot tegen Zuid-Afrikaanse appelen en mobiliseerde mensen voor het grote Free Nelson Mandela-concert. Ik liep mee in anti-raketbetogingen, bracht opgepakte vrienden warme koffie in de rijkswachtkazerne, verkocht kaarsen voor Amnesty International en sliep twee keer per week in het Oikondehuis, waar probleemjongeren een tweede kans kregen. Sommige van die zware punkers werden mijn vrienden.” Een avontuurlijke eerste job volgt: docente Engels aan de Feng Cha University in Taiwan. “Ik was 22 en mijn eerste vlucht bracht me meteen naar het andere eind van de wereld. Het werden twee geweldige jaren. In de vakanties trok ik met de rugzak heel Azië door en liet ik mijn kinderangsten definitief achter me.” De geur van lijken Knack publiceert haar Aziatische notities niet wegens ‘te lange en omslachtige zinnen’, maar een jaar later, in 1988, wordt ze hulpverleenster in Soedan. Haar dagboek verschijnt in Humo en helpt haar aan een job bij Het Volk en daarna Wereldwijd. In 1992 vestigt ze zich als freelance journalist in Kenia en wordt de Afrika-correspondente voor De Volkskrant en VRT. Enkele jaren later ook voor De Morgen en VTM. Ze kent harde momenten. “De hongersnood in Zuid-Soedan in 1988, de anarchie in Somalië na 1991 en de genocide in Rwanda in 1994 waren fysiek en mentaal het moeilijkst. Ze vielen samen met persoonlijke drama’s. Onbekenden zien gedood worden is erg maar de tragedie wordt ondraaglijk als dierbaren worden vermoord. De prijs die de Oegandese rebellenleider Joseph Kony in 2002 op mijn hoofd zette (omdat ze kindsoldaten hielp – red.) was in zekere zin minder traumatiserend. Vooral de Rwandese gruwelen blijven onverteerbaar. Telkens als ik naar Kigali reis, word ik nog overweldigd door de geur van lijken.” “Enkele jaren geleden gaf ik aan de KULAK voor tweeduizend toehoorders een lezing over de vicieuze cirkels van Afrika. In de aula, waar ik als jong meisje talloze uren had gesleten, werd ik overvallen door nostalgie naar een wereld die goed en eerlijk was. Het extreme geweld en de overlevingsstrijd waar ik getuige van geweest ben, hebben me wiser and sadder gemaakt.” Het taant haar ambitie niet. “Geld of roem zeggen me niets. Ik wil het verschil maken, menselijk leed verlichten.” Het Afrikaans optimisme is de sleutel. “Als ik tegen mijn redacteurs zeg: ‘Ik snap niet dat jullie zo goedgezind blijven’, moeten ze verschrikkelijk lachen. Hun levensvreugde is een constante les in relativering.” Met haar vzw Kindsoldaten (opgericht in 2000 – red.) schrijft ze positieve geschiedenis. “We hebben meer dan zevenduizend ex-kindsoldaten begeleid in Noord-Oeganda. We herenigden ze met hun ouders, stuurden ze terug naar school of hielpen ze een handeltje opstarten. Ze waren teruggekeerd van het strijdveld – gewond, ziek, overdekt met schurft, vol schuldgevoelens en zelfhaat – maar bloeiden stilaan terug open, werden weer kind. Zelfs mijn job als hoofdredacteur geeft me niet zo veel voldoening.” Sinds 2006 is het opvangcentrum van de vzw omgevormd tot een middelbare school voor slachtoffers. “Dit jaar hebben we de school, die twee jaar onder het beheer stond van het bisdom van Lira, terug in handen genomen. We betalen nog altijd het schoolgeld van meer dan drieduizend ex-kindsoldaten in Noord-Oeganda, vijfendertig van hen studeren aan de universiteit. We hebben onze activiteiten uitgebreid naar Zuid-Soedan, waar Kony nu kinderen ontvoert. De universiteiten van Leuven, Gent en Brussel verwerken nu onze duizenden dossiers van de kindsoldaten. Het doel is een internationaal onderzoekscentrum op te richten.” Cassia Lodge Sinds eind 2006 leidt De Temmerman The New Vision, de belangrijkste Oegandese krant met 350.000 lezers. “Nog eens 500.000 mensen lezen onze vier kranten in lokale talen en tweehonderd radiostations nemen letterlijk onze verhalen over. We bepalen vaak de parlementaire agenda, bijvoorbeeld door corruptieschandalen uit te brengen. Ons verhaal over grootschalig gesjoemel met uitgaven voor een top van het Britse Gemenebest, die 100 miljoen euro heeft gekost, beheerst hier al maanden het nieuws. Ik geloof heilig in ‘exposure’, het publiek maken van misdaden. Dankzij de invloed van de krant kan ik ook aandacht vragen voor mijn drie hoofdthema’s: het schrijnend misbruik van de zwaksten in de samenleving, de corruptie en diefstal van overheidscenten en het respect voor het milieu.” Het nieuws wordt gemaakt door zeshonderd journalisten, waarvan tachtig procent jonger is dan dertig. “Mijn mensen zitten vol energie maar hebben geen enkele ervaring. Vrije pers is hier een relatief nieuw fenomeen. De toegang tot informatie, stijgende corruptie en manipulatie bemoeilijken het werk. Drie fulltime advocaten checken voor ons of de binnenkomende rapporten echt zijn of niet, en behoeden ons voor rechtzaken.” “In 2008 nam ik even ontslag als hoofdredacteur omdat de inhoud van de voorpagina mij werd opgelegd. Na zes maanden riep de raad van bestuur me terug, met nieuwe garanties. Behalve instructies over de anti-homowet hebben ze zich niet meer gemengd. De krant is geprivatiseerd, beursgenoteerd en nog slechts voor 52 procent in handen van de regering. Dat geeft mij tamelijk veel redactionele onafhankelijkheid. Ik word wel geïntimideerd en bedreigd over de corruptieschandalen maar als buitenlander ben ik een betere buffer.” “Ik besef dat ik dit soort leven niet lang kan volhouden, maar zolang ik het doe, wil ik het goed doen”, besluit ze. “Als er tijd is voor ontspanning werk ik aan de boekhouding van de vzw of ga ik zwemmen.” De Temmerman woont in Kampala, samen met Johan Van Hecke, met wie ze in 1996 een opgemerkte relatie begon (Van Hecke nam ontslag als CVP-voorzitter – red.). “Johan runt Cassia Lodge, dat we met onze spaarcenten en steun van vrienden en familie hebben gebouwd. We hebben een adembenemend uitzicht over het Victoriameer en Kampala. Op het terras van het restaurant kijk ik naar de rest van de mensheid en verzoen me telkens weer met Oeganda.” Maar haar horizonten reiken verder. “Ik kan er nog niet veel over verklappen maar mijn ultieme droom is om een eigen krant op te starten in Afrika. De plannen zijn vergevorderd. De drijfveer is Luka Biong Deng, een Leuvense studiegenoot die ik pas een jaar geleden terugvond. Hij is nu de rechterhand van de president in Zuid-Soedan en een van de machtigste mannen van het land. We gaan samen de beste krant van Afrika maken!” http://www.childsoldiers.net