image " alt="Jef Lambrecht" />

Jef Lambrecht

Licht in het hoofd | De Standaard

E=mc² is vederlicht, vindt Jef Lambrecht. En daarom net zo prachtig. Lichtheid is de ultieme kwaliteit van intelligentie. Maar ze schuilt ook in de artistieke bevrediging, die heviger is dan de seksuele.

Wat waren je vroegste momenten van verlichting?

'Mijn moeder die me een soort gevoeligheid voor kunst bijbracht. Ze kon heel begeesterend over Bach vertellen en dweepte met Van Gogh. Als kind krijg je zo voedsel voor een belangstelling die je verder ontwikkelt. Een ander verlichtingsmoment was toen ik op dertienjarige leeftijd vrij geruisloos mijn geloof heb verloren. Ik hoorde de collegedirecteur, een priester, in zijn aswoensdagpreek oproepen tot onthechting en zag hem op dezelfde dag rondrijden in een nagelnieuwe Volvo, de enige in de streek. (grinnikt)'

'Mijn briljante leraar Duits bezorgde me een andere eyeopener toen hij met de eerste van de klas lachte omdat hij hem een onbenulletje vond. Het was dezelfde man die, toen het voltallige lerarenkorps mij definitief de deur wilde wijzen, ervoor ging liggen. Toen heb ik me beschermd gevoeld. Het was het soort dekking dat je krijgt van vrienden.'

'Maar lichtheid heeft ook de betekenis van een soepelheid in het denken, waardoor je van het ene naar het andere onderwerp springt en daar even lucide over bent. Lichtheid als de ultieme kwaliteit van intelligentie. E=mc² is vederlicht. Het telt maar vijf tekens, en is daarom zo prachtig!'

Voel je vaak de behoefte om je hoofd leeg te maken?

'Nee, want het zit niet zo vol. Ik kan geen versregels citeren, kan het nauwelijks hebben over een handvol schilderijen met de naam van de schilder erbij. Ik heb een geheugen als een zeef, maar George Bernard Shaw zei ooit dat het voordeel daarvan is dat je twee keer van hetzelfde kunt genieten als ware het de eerste keer. (glimlacht)'

'Je moet de verbanden zien, de grote bewegingen van de geschiedenis. Veel meer dan feitenkennis te bezitten moet een journalist zijn tijd aanvoelen, daarin lijkt hij op een kunstenaar. Voor beiden is afstandelijkheid een absolute voorwaarde. Je kunt niets over je tijd zeggen als je er niet los van kunt komen.'

'Die afstandelijkheid is in mijn geval soms een buffer. Als je vreselijke ellende ziet die je hart verscheurt, merk je dat er iets is dat je isoleert van die gebeurtenissen. Het zijn verdedigingsmechanismen die je meedraagt, als een tweede natuur. Ze worden geboren uit een gevoel van anders zijn en de daaruit voortspruitende conflicten. Ja, het zou kunnen verworden tot cynisme, maar ik heb die aanleg niet.'

Zijn er in je lichte hoofd geen donkere zones, zoals angst?'

De dood zou een angst kunnen zijn. Het is het perspectief dat me wacht, de grootste uitdaging van mijn leeftijd. Maar ik heb altijd geweten dat de dood om de hoek loert, en de gedachte eraan is voor mij een oude bekende. Er was een tijd, rond mijn dertigste, dat ik vrijwel elke nacht wakker werd, badend in het zweet van angst. Ik had vreselijke nachtmerries. Die hielden soms verband met mijn beroep. Dan droomde ik dat ik in de studio aankwam en mijn tekst niet bij me had of niet kon lezen. Op een dag heb ik dat echt meegemaakt, en toen hielden de dromen op.'

'Meestal waren die nachtmerries echter metafysischer. Het gevoel van anders zijn heeft immers een afgrondelijk aspect, een diepte die zeer beklemmend is en het gevoel geeft van totaal isolement. Maar op een bepaald moment was ik er vanaf en ze zijn nooit meer teruggekomen.'

'Ik heb altijd wel een vorm van pleinvrees gehad. Eigenlijk ben ik veel te gesloten om journalist te zijn. Iemand interviewen kost me geen enkele moeite, maar dan is het alsof ik iemand anders ben. Ik zit in een andere rol. Het besef dat we onderdak bieden aan verschillende personages lijkt me trouwens een van de onuitgesproken verworvenheden van de 20ste eeuw.'

Tot wie wend je je in je donkerste uren?

'Ik heb zelden raad gevraagd in mijn leven, en als ik het doe is het zeer onrechtstreeks. Toen Hugo Claus me zei: "Je moet een roman schrijven", zei ik: "Ik zou niet weten hoe dat zou moeten." Zo'n antwoord solliciteert om advies, maar met Hugo's raad - "schrijf een paar namen op een velletje papier en dan schrijft het zichzelf" - schoot ik niet op.'

'Als ik iets wil doen, doe ik het gewoon. Ik pieker niet, ik slaap als een roos. Zoals elk fatsoenlijk mens lig ik weleens overhoop met mezelf wanneer ik dingen zie die me niet bevallen. Er zijn mensen die dat weten, maar over zulke zaken spreek ik met niemand. Met de jaren leer je ermee omgaan. Op een bepaald moment krijg je het gevoel: als ik daar nu eens mee ophield, met dat mordicus ophouden van een beeld dat niet klopt. Aanvaarden wie je bent is de enige, echte verlichting die er is. Het is ook de enige die tot resultaten leidt, want je komt iets over jezelf te weten. En waarom leef je anders dan om te weten wie je bent en wat je hier komt doen?'

Kun je dat dan ooit weten?

'Je kunt een vermoeden hebben, en daaruit kan zich een wetenschap kristalliseren. De keuzes die je in je leven maakt, zijn eerder keuzes tegen dan voor iets. Zo tailleer je je profiel. Tot op zekere hoogte wordt dat steeds gemakkelijker, maar het is nooit definitief.'

'In mijn geval heb ik journalistiek altijd beschouwd als een goed dak boven mijn hoofd, maar niet als een lotsbestemming. Ik hou me ook met kunst bezig, heb altijd geschreven - boeken, maar ook volstrekt confidentiële poëzie. Ik val nog altijd voor een mooie tekst.'

Ben je gemakkelijk in een roes te brengen?

'Ik heb er altijd een zwak voor gehad. Ik behoor waarschijnlijk tot een mystieke school die er de betekenis van ziet (grinnikt). De roes is een verheviging van de werkelijkheid, ze helpt je om jezelf en de wereld te verkennen. Hoe ver ga je? En wat doe je als je te ver gaat?'

'Behalve de roes van het geweld, die me volledig vreemd is, vind ik de meeste roezen fantastisch. Een prachtig gesprek met een vriend brengt me in een aparte, moeilijk uit te leggen maar daarom niet minder reële roes. Net als schrijven. De sensatie is misschien het sterkst als ik schilder, bewust een werk wil maken en op een bepaald moment het gevoel krijg: dit is het. Het heeft te maken met ophouden, zien dat het niet beter wordt dan dit. Van de artistieke roes ben ik geneigd te zeggen dat ze de seksuele - die ook niet mis is - overtreft. Het is de volledige bevrediging.'

VRT-radiojournalist Jef Lambrecht (61) publiceerde pas het boek 'De heilige wereldoorlog' en gaat weldra met pensioen.