Michaël Borremans
Hij verliest soms de weg als een verstrooide professor Gobelijn. Op begenadigde momenten vergeet hij zelfs zijn eigen propvolle hoofd - als hij mediteert op gitaar of in een artistieke trance, als materie en geest één worden.
Je stelt op dit moment een boek samen over je tienjarige schilderschap. Zorgt dat voor een verhevigd bewustzijn?
'Dit boek dwingt me voor het eerst terug te kijken op mijn oeuvre. Mijn kleine hoofd zit snel vol, dus ik wis vaak vroegere ervaringen om plaats te ruimen. Daardoor doet werk uit het verleden vreemd aan, alsof het door iemand anders is gemaakt. Dat is ook zo, het is geschilderd door de man die ik toen was. Onze cellen veranderen constant, eigenlijk zijn we om de zeven jaar iemand nieuw (lacht) .'
'Het is fascinerend om te zien dat sommige thema's zo uitgesproken terugkeren. Ik besef nu dat het geen oplossing was om stijlfiguren uit het verleden te gebruiken om de afgebeelde gebeurtenissen aan deze tijd te onttrekken. Je moet eerder een tijdloze ruimte creëren. Daarom werk ik nu futuristisch. Ik heb zelfs een soort mentale ruimte ingericht in mijn huis, waar geen daglicht invalt en mijn modellen poseren. Ze dragen speciaal ontworpen kostuums die aan geen enkele tijd meer toebehoren.'
Neem je het leven licht op?
'Het komt me voor dat mijn vroegere werk wat lichter had mogen zijn. Met minder middelen bereik je nog meer. In mijn jongste doeken speelt de suggestie sterker. Ik evolueer dus gunstig (lacht) .'
'Vroeger was ik nogal zwaarmoedig, maar tegenwoordig vat ik de dingen spiritueel op. Relativerend, weet ik veel. Ik wantrouw ernst, het is een vorm van pretentie. Er is te weinig dat we weten. Zelfs ernstige dingen kan ik niet ernstig nemen. Ik vind dat dat getuigt van nederigheid. Het dadaïsme, surrealisme en nihilisme uit het interbellum hebben me sterk beïnvloed. Wat had ik toen graag geleefd!'
Hoe maak je je hoofd vrij?
'Mijn werk is zo'n groot deel van mij dat ik er nooit volledig afstand van kan nemen. Soms geniet ik er intens van om op een weekdag geen klap uit te voeren en goed te gaan eten. Ik installeer me ook graag met een glas wijn, een sigaar en wat vrienden voor een oude, trage film. Dat is altijd een onbetaalbare tijdreis. Mijn ex-vriendin is een wandelende filmencyclopedie. Ze bezit zowat elke goede film, van de jaren dertig tot zestig, en kent hele dialogen uit het hoofd. We waren 20 jaar samen en ik ben schatplichtig aan haar.'
'Mijn geest ontspant zich het meest als ik gitaar of mondharmonica speel. Dat zijn mijn zenmomenten. Anderen zouden dagelijks een kwartier mediteren. We hebben eindelijk de drummer van ons groepje, The Singing Painters, kunnen overtuigen om te zingen in ons nieuwe project.'
In welke geestelijke staat moet je verkeren om een topwerk te maken?
'Ik ben een typische man: ik kan me maar op één ding concentreren. Voer ik in de auto een gesprek, dan verlies ik als een verstrooide professor Gobelijn de weg, ook al ken ik die vanbuiten. De dagen en weken voor ik een goed doek schilder, denk ik aan weinig anders dan wat ik wil maken. Ik neem een mentale aanloop en hoop dat er iets interessants gebeurt in het atelier. Schilderen wordt denken, een kristallisatie in mijn hoofd. Ook fysiek moet ik scherp staan, zoals een sporter die een wedstrijd loopt om te winnen. Als alles juist zit, ook mijn pak, lijk ik wel een edelman die met veel panache een prachtig schilderij produceert. Ik beland in een zeldzame trance. Er is niets anders, zelfs niet het bewustzijn van de verf en de penselen. Het is een moment van genade. Materie en geest worden één, fantastisch.'
Balanceer je, zoals het cliché het wil, als een geniale kunstenaar op de rand van de waanzin?
'Ik kan mezelf gek maken, maar ik heb geleerd dat ik het lijden moet proberen te beperken (lacht) .'
'Vanuit mijn opvoeding streef ik naar efficiënte economie. Ik heb steeds minder zin om slechte werken te maken, hoewel het nutteloze ook zijn functie heeft. Maar zonder euforie weegt de vermoeidheid van een dag werken dubbel zo zwaar. Hoewel ik besef dat het een luxeprobleem is, zijn die momenten niet te harden. Maar alle ellende ten spijt blijf ik ambitieus. Ik ben zeer benieuwd naar waar ik over 20 jaar sta.'
Welke kunstenaars verpletteren je met hun inzichten of kunde?
'De rij van kunstenaars die iets toevoegden is eindeloos, maar van Gerard Reve heb ik zowat alles gelezen. Zijn denken over mens en religie is helemaal niet zo komisch als het voorkomt, het is net interessant. In The acrobat , waarvan ik de eerste druk heb, bewijst Reve dat een beperking van middelen kan leiden tot een grotere expressie. Hij wilde internationaal doorbreken met die Engelstalige novelle, maar zijn woordenschat is zo beperkt dat het een eigenaardige, huiveringwekkende en fantastische staccatotaal oplevert.'
'Het schitterende werk van Diego Velázquez kende ik lange tijd alleen van reproducties. Ik was bang om in het Prado in Madrid, waar veel goede werken samen hangen, neergebliksemd of ontmoedigd te worden. Vier jaar geleden kon ik het niet langer uitstellen: ik kreeg inderdaad een overdosis en kon zes maanden niet werken. Ik was helemaal uit mijn lood geslagen en moest mezelf helemaal herdefiniëren. Dat is gelukt, maar ik blijf er zeer gevoelig voor. Zo'n lang verwerkingsproces typeert mijn temperament: ik ben traag en heb veel geduld.'
'Het is geen toeval dat ik laat in de kunstwereld gekomen ben. Goede schilders zoals Velázquez, Francisco Goya en Raoul De Keyser, leveren interessanter werk naarmate ze ouder worden. Ook ik moet oud worden! Het trekt me niet aan, maar anders zal er veel voorbereid zijn dat niet op zijn eindbestemming geraakt. Ik heb een verantwoordelijkheid tegenover mijn werk (grinnikt) .'