Roberto Benigni
Goochelaarsassistent, poëzieliefhebber die Dante’s La Divina Commedia uit zijn hoofd kent, Italiaans komiek en acteur met een Oscar op zijn schouw. Roberto Benigni (54) heeft veel gezichten. Hij won de harten van miljoenen kijkers met zijn tragikomedie La Vita è bella. Negen jaar later barst hij nog steeds van de energie en walst goedgemutst door het leven. Tussen het lachen en zingen door vangen we een glimp van ernst op.
“Wat het eredoctoraat voor mij betekent? My God! Ik ken van niks de betekenis, wij mensen zijn vragende wezens, altijd op zoek. Je stelt me meteen de moeilijkste vraag die er is: de zin van het leven!” Benigni schatert, de toon is gezet. Het gesprek met de prettig gestoorde acteur-regisseur is er een op Italiaanse wijze: uitbundig, vol humor, met swingende intonatie en muzikale intermezzo’s.
In zijn thuisland wordt de komiek al jaren verafgood, in het buitenland raakte hij bekend met zijn rol als de goedgeluimde gevangene Roberto in Down by Law (1986) van Jim Jarmusch. De grote doorbraak komt er in 1997: in de tragikomedie La Vita è bella, die Benigni ook regisseert, probeert een vader zijn zoontje de gruwelen van de Holocaust te besparen. De film wint de Gouden Palm in Cannes. Een jaar later springt Benigni dol van vreugde rond op het podium in Hollywood waar hij de Oscar voor beste acteur krijgt. “Ik had nooit zo’n wereldwijde blijk van liefde verwacht.” Tijdens zijn zwierige speech bedankt de Italiaan zijn ouders. “Voor de armoede, het grootste geschenk dat God je kan geven. Armoede, en dan bedoel ik die vol waardigheid, is de moeder van alle rijkdom. Mijn ouders, die ondertussen jammer genoeg overleden zijn, waren nederige mensen. Maar je weet wat ze zeggen: de laatsten zullen de eersten zijn. Ze waren erg trots op mij, en ik op hen.”
Poesia estemporanea
Geen speelgoed of boeken voor Robertino, die opgroeit in het Toscane van de jaren vijftig. Het verhaal doet de ronde dat het gezin Benigni zo arm was dat hij met zijn moeder en zussen in één bed sliep. “We hadden niks. Alles was een geschenk voor mij. Mijn moeder moedigde me aan om in mijn leven alles te proberen. Een picareske droom in het zeventiende-eeuwse Spanje, of een Griekse mythe, zo herinner ik me mijn jeugd.” Als kleine jongen sluipt hij het circus binnen en raakt in de ban van de magische sfeer. Zijn geluk kan niet op als hij de assistent van een goochelaar mag worden.
Benigni’s vader, wiens verblijf in het concentratiekamp van Bergen-Belsen Roberto inspireerde voor La Vita è bella, laat de jongeling proeven van poëzie. “Ik ben geboren in dezelfde streek als die waar Dante geboren is. Mijn ouders en grootouders kenden zijn verzen uit het hoofd. Die zegden ze op tijdens winternachten bij het haardvuur. Dante is altijd een beetje God voor mij geweest, een vriend die me mijn hele leven vergezelt. Ik zeg zijn canti (‘zangen’ — red.) op zoals ik liedjes zing. Het is alsof God zegt: ‘Je bent zo goed geweest dat ik je Dante als geschenk geef.’”
Nauwelijks veertien jaar oud zet Benigni zijn eerste stappen als dichter. “In Toscane leeft de oude traditie van de poesia estemporanea (letterlijk vertaald: poëzie die buiten de tijd staat — red.). Het is een soort improvisatiekunst: het publiek vraagt een thema en de dichters bedenken verzen in de stijl van Ariosto en Spenser. Wilt u een dikke of slanke vrouw? Aan u de keuze! Het is een uitdaging. Ik was veruit de jongste van het gezelschap; de meeste collega’s zijn ondertussen gestorven.”
Aan het begin van de jaren zeventig waagt Benigni zijn kans in het experimentele theater van Rome. “Zij zeiden me dat ik maar één boek gelezen moest hebben: Don Quichote van Cervantes. Mijn collega-dichters hadden me twee andere werken aangeraden: Dante’s Divina Commedia en de Bijbel. Ik heb dus maar drie boeken gelezen”, lacht hij.
Smiling & simple
Niet iedereen houdt van zijn clowneske stijl maar in Italië is Benigni een echte vedette. Hij wordt er bekend door de controversiële televisiereeks Televacca en zijn optreden tijdens een betoging van de Italiaanse Communistische Partij. Zijn politieke oriëntatie steekt af en toe de kop op, zo nog vorig jaar tijdens een betoging die hij leidde tegen de beslissing van de centrumrechtse regering om kunstsubsidies in te perken.
In 1977 heeft de acteur zijn eerste filmrol te pakken: in Berlinguer ti voglio bene van Giuseppe Bertolucci, met wie hij eerder heeft samengewerkt. Het duurt niet lang eer hij zelf plaatsneemt in de regisseursstoel: de eerste keer voor Tu mi turbi (You upset me, 1983), waarin zijn latere vrouw Nicoletta Braschi de maagd Maria speelt, laatst nog voor La Tigre e la neve (The Tiger en the Snow, 2005).
“Het is een cliché, maar ik ben verliefd op alle films die ik gemaakt heb. Ik voel me nauw verbonden met mijn grappigste films zoals Il Piccolo diavolo (The Little Devil, 1988), Johnny Stecchino (Johnny Toothpick, 1991) en Il Mostro (The Monster, 1994). Mensen moeten zich vrolijk voelen als ze mijn films gezien hebben. Er zijn geen boodschappen, die kan alleen Jezus geven.” Staat hij nog altijd achter zijn boude uitspraak dat komieken de weldoeners van de mensheid zijn? “We kunnen de wereld niet veranderen maar wel het leven een beetje lichter maken. En dat is al fantastisch. De dichter Majakowski zei ooit: ‘the supreme art of life is to always show yourself smiling and simple’.”
Benigni buigt het hoofd als ik zijn idool Charlie Chaplin noem. “Wat kan ik zeggen? We hebben zo veel aan hem te danken. Hij heeft ons geleerd hoe we diep vanbinnen zijn. Net zoals circusartiesten speelde hij zijn rollen met vreugde, alsof hij geen zorgen had. Een echte artiest zou altijd moeten lachen zonder te laten blijken dat hij daar moeite moet voor doen. Kunst is een geschenk waarvan je de prijs niet vermeldt.” Is hij net als zijn grote voorganger uiterlijk vrolijk maar soms innerlijk somber? “Precies! Dat is het geheim. Dat wil ik bereiken.”
Fellini
Mooi, het leven is mooi als je Roberto Benigni heet. Om zijn versie van Pinocchio (2001) te maken krijgt hij zowat 45 miljoen dollar; het is een van de duurste Italiaanse films ooit. Een recordaantal Italianen gaat kijken, elders wordt de prent lauw tot koud onthaald. Behalve in Japan, waar honderden enthousiaste kinderen brieven naar de regisseur schrijven. Hij staat er zelf van te kijken. De Amerikanen maken brandhout van Pinocchio. Zijn hoofdrol bezorgt Benigni zelfs een van de Gouden Frambozen, ironisch bedoelde Hollywoodprijzen voor de slechtste acteurs en films van het jaar. Maar de kritiek glijdt van hem af als water van een eend. “Het zou zonde zijn als iedereen je graag ziet. Het is de aard van het beestje: La Vita è bella was zo’n gigantisch succes dat ze zaten te wachten tot ik wat zwakker was. De Amerikanen houden ervan je de hemel in te prijzen, daarna tot moes te hakken om je vervolgens opnieuw tot leven te wekken. Als ze zeggen dat ik als Bin Laden ben, voel je: ‘it’s too much, it’s a joke.’ Het is deel van het leven, ze menen het niet. Ik glimlach, wat kan je anders doen? Pinocchio is een vreselijk verhaal, de Amerikanen houden er niet van. Misschien is het niet mijn stijl; het is een harde, angstige film. Maar ik ben er trots op, geen twijfel mogelijk.”
Eigenlijk had de meester Federico Fellini het oeroude verhaal van de timmerman en zijn pop willen vertellen. “We zouden de film samen maken maar toen stierf hij. Oh my God, Fellini was voor mij een deel van de natuur. Toen hij stierf, kon ik het niet geloven. Het was alsof iemand me zei dat de bomen dood waren, dat is simpelweg onmogelijk. Ik heb veel mensen ontmoet die me raakten maar Fellini was voor mij de grootste. Hij is de enige die kon filmen zoals we dromen. Hij is gigantisch. Wat ik van hem geleerd heb? Wat leer je van een zonsondergang? Je kijkt ernaar, bewondert de schoonheid maar begrijpt niet hoe hij zo majestueus kan zijn. Bij elke ontmoeting met hem bonkte mijn hart, toedoem! toedoem! toedoem!, net zoals wanneer je je geliefde ontmoet, even sensueel.”
Dante, de rockster
Zoals in tal van zijn andere prenten speelt Benigni’s vrouw Nicoletta Braschi aan zijn zijde in Pinocchio. “Ik heb veel respect voor haar als actrice, ik kan me geen andere tegenspeelster indenken. Ik ken haar zo goed, niet zoals je iets voor het eerst ziet, maar zoals je na lange tijd diep tot iets doordringt. En toch weet je nog niet alles, dat is de betekenis van het leven.” Hij weet het dan tóch …
Vandaag speelt zijn liefde voor Dante de hoofdrol in zijn leven. Benigni tourt door Italië met voorstellingen waar tienduizenden komen luisteren naar de canti die hij reciteert. “Dante is als een rockster! Overal komen mensen naar hem luisteren. Ze vragen me om zijn verzen zoals ze songs van Bruce Springsteen of Jimi Hendrix willen horen. Nog! Nog! Ongelooflijk! Het is grappig om te zien hoe de vele jongeren in het publiek, met tattoos en piercings, geraakt worden door de poëzie. Soms huilen ze zelfs.”
In Leuven zal Benigni op 3 februari de vijfde canto van de hel ten gehore brengen voor de universitaire gemeenschap. “Dat is het meest populaire; het gaat over seks, liefde, passie. Over wie we zijn en wat we zouden kunnen zijn. Ik hoop dat Dantes muziek jullie prachtig in de oren zal klinken. Ik wil de universiteit aan het huilen krijgen! Misschien moet ik er wel een film van maken”, fantaseert hij enthousiast.
“Ik ben echt vereerd met de onderscheiding. Het betekent dat er een vonk zit in wat ik doe. It means they all love me!” Opnieuw geschater. “Nee, serieus, de universiteit van Leuven is een van de belangrijkste ter wereld. Ik verkeer ook in het prachtige gezelschap van David Grossman, Sigiswald Kuijken en Rem Koolhaas. Ik zal mijn best doen om het niet te verpesten…”