Sam Dillemans

Sam Dillemans

Licht in het hoofd | De Standaard

Het bestaan is een accident, vindt Sam Dillemans, waarin licht en duister elkaar als vrienden de hand kunnen schudden. Het komt erop aan de tijd een loer te draaien en het Beatles-gevoel terug te vinden in onze toren van Babel. Wat maakt je licht in het hoofd? 'Ik hoef me niet blauw te betalen aan een pelsmantel of een reis naar de Galápagoseilanden om me beter te voelen. Dat is geen verwijt, ik avonturier gewoon achter mijn schildersezel. Ik ben een complexe mens, dus mijn genoegens zijn zeer eenvoudig. Ik heb niet meer nodig dan mijn wekelijkse injectie De dikke en de dunne of Het eiland, waarmee ik de dertigste keer nog altijd onder tafel lig. Ik geniet bovenmatig van het exuberante en de snelheid in het werk van Charlie Chaplin. Het zijn dingen die me geschonken worden. Louis-Ferdinand Céline zei het al: "Alleen het goddelijke is gratis." De liefde bedrijven, elkaar omarmen, wandelen langs een weg met één populier, staren in de ogen van je model en dingen ontdekken die je niet voor mogelijk hield, dat is allemaal gratis. Ik kan ook licht worden van een vriendschappelijk feest, met drie of vier mensen. Uren schelden, lachen, huilen en eindigen in totale chaos, dat is een luxe.' Beleef je als schilder vaak piekmomenten? 'Ja, als ik aan het werken ben, is de kans groot dat er zich een zekere euforie voordoet. Schilderen is voorwaarde nummer één om licht in het hoofd te worden want het gaat gepaard met een afwezigheid. Er gebeurt een verdwijntruc, die niets met magie te maken heeft, maar met het verdwijnen van de wereld rondom jou. Dat lukt steeds beter, omdat ik mijn vak beter beheers en sneller afstand kan nemen van mezelf.' 'Er zijn natuurlijk dagen dat het moeilijker gaat. De mens is zo complex, we bestaan uit duizenden ikken. Soms gaat mijn timide ik aan het werk, dan mijn aanvallende ik, maar ik tracht ze allemaal aan bod te laten komen. Ik volg mijn natuur. Lukt de verdwijntruc niet, geen probleem. Lukt hij wel, tant mieux. Het komt erop aan de tijd een loer te draaien, niet meer in 2009 te leven maar in 1237 of 5234, en al schilderend weg te wezen. Dat zijn momenten van gratie.' Voel je ook de zwaarte van het leven? 'Het een houdt het ander in stand. Het tegenovergestelde van de zwaartekracht hoeft niet negatief te zijn: licht en duister kunnen elkaar als vrienden de hand schudden. Ik probeer de zwaartekracht te omarmen en te transformeren in schilderijen. Leven met alleen licht zou een grote leugen zijn. Je moet aanvaarden dat de wereld er niet altijd fantastisch uitziet, verre van. Het bestaan is een accident, soms prachtig en blessurevrij, maar meestal bloederig en met littekens.' 'Onrechtvaardigheid nummer één is de plek waar je geboren wordt. Ik prijs me gelukkig dat ik in dit land woon, waar de gezondheidszorg prima is en ik niet verhonger. Sinds de Tweede Wereldoorlog mogen we in het Westen eindelijk leven in plaats van te overleven. Voor een pak mensen is dat slecht nieuws, want nu komen ze zichzelf tegen. Dat is nieuw, en het is soms makkelijker om anderen tegen te komen. Veel mensen vullen hun nieuwe vrije tijd zeer stompzinnig en slordig in. Uit verveling verzinnen ze concepten als viooltjes tellen of een stoel buiten zetten op de Dag van de Buren. Tot een tijd geleden moest ik daar om lachen, maar stilaan is het huilen met de pet op. Het heeft weinig met liefde te maken, we zijn ver verwijderd van onze natuur. Er zijn meer problemen dan psychiaters, het gaat niet goed met de mensen. Waar is de geestigheid gebleven in onze toren van Babel? Het Beatles-gevoel?' Maakt het je neerslachtig? 'Nee, ik ben niet bitter of pessimistisch. Ik sta gewoon aan de kant van de weg en zie een stoet voorbijtrekken waar Ensor jaloers op zou zijn geweest. Let op, ik veroordeel de mensen niet. Ik ben misschien even onleefbaar als zij samen, maar het grote verschil is dat ik die onleefbaarheid niet opdring. Ik vind het belangrijk om anderen met rust te laten. Het is al moeilijk genoeg om je ding te doen in eenzaamheid en bescheidenheid.' 'Ik heb het eigenlijk aan de mensen te danken dat ik door hun verstikkende aanwezigheid van eenzaamheid een goede vriend kan maken. Een waarachtige ontmoeting, iemand die zijn ziel blootlegt, dat is zeldzaam. Er zijn drie mensen in mijn leven die geen pose aannemen, en die vullen mijn hele wereld. Volgend jaar kunnen het er twaalf zijn, of anderhalf. Het is relatief. In de literatuur ontmoet ik ook mensen: Joseph Heller, die me in Catch-22 overspoelt met zijn intelligentie en psychologische vermogen. Flaubert, voor wie ik op de knieën zou vallen mocht ik hem tegenkomen. Céline, die ellende tot poëzie transformeert. Dat is buitenaards.' Omring je je met zulke verlichte geesten? 'Zeer zeker. De lessen van genieën zijn de beste die ik kan krijgen. In de jaren tachtig heb ik naar de grote meesters gekeken, me bijna blind getekend, maar nadien kon ik als een vrije mens met een gevulde rugzak de berg van de schilderkunst beklimmen. Als ik nu een mond teken, ben ik veel vrijer dan iemand die dat niet kan. Het is proviand voor de rest van mijn leven, en tegelijk is er de drang en de noodzaak om mezelf te blijven verbazen.' 'Ik droom ervan over de schouder van Van Gogh mee te kijken en te zien hoe het wonder geschiedt. Dat hij, Van Eyck, Picasso en andere groten hebben bestaan, is belangrijk om jezelf te situeren. Het geeft je vleugels. Je moet je werk au sérieux nemen, maar ook een pas naar achter kunnen doen. Anders ga je aan de ernst ten onder. Onlangs deukte een van mijn katten een doek in. Wel, dat kwam de kat én de schilderkunst ten goede (lacht).' Wat biedt je troost? 'Muziek. Van Scarlatti tot André Hazes. Schoonheid. Als ik voel dat ik moe word, tracht ik dat niet te zijn door te luisteren naar muziek - al is het maar Abba - te kijken naar een schilderij van Tintoretto, een boek te lezen van Rilke, enfin, alles wat met schoonheid en troost te maken heeft. Wat me het gevoel geeft dat het mysterie bestaat.' 'Kan kunst de wereld redden? Nee, maar hem wel een beetje doen vergeten, dat is al veel. Kunst is bij momenten volstrekt nutteloos - dat maakt haar enigszins charmant - en in elk geval ongevaarlijk. Ik omsingel me met de groten, en dat wordt een burcht. Een burcht van schoonheid waarin nog maar weinig lelijkheid doordringt. Mooie verf, een mooie vriendschap, en voor de rest grendel ik de deuren meer en meer dicht. Dat is geen isolement. Dat is klimmen, de trap op, vliegen.' Kunstenaar Sam Dillemans (44) stelt nog tot 6 december tentoon, Napelsstraat 32-34 in Antwerpen,www.sam-dillemans.com